Een jeugd tussen dorp en buitenwereld
Examenproduct
Dit is een examenproduct van Reggie Kaak
Doornenburg – Voor veel jongeren is opgroeien in een dorp overzichtelijk en vertrouwd. Voor de 18-jarige Jayden Gerdsen geldt dat ook, maar met een extra laag. Met een Angolese vader en Nederlandse moeder groeide hij op in Doornenburg. Zijn jeugd laat zien hoe groot het verschil kan zijn tussen de veiligheid van een dorp en de realiteit daarbuiten.
Jayden woont al zijn hele leven in Doornenburg en werkt naast zijn studie in de horeca. Op het eerste gezicht lijkt zijn verhaal niet anders dan dat van andere jongeren uit het dorp. Toch speelde zijn achtergrond altijd een rol, al was dat niet altijd negatief.
Zijn vader kwam in de jaren ’90 vanuit Angola naar Nederland vanwege de oorlog in zijn land. Hij verbleef in een asielzoekerscentrum in Doornenburg, waar hij uiteindelijk Jaydens moeder leerde kennen. Toen Jayden nog jong was, keerde zijn vader terug naar Angola.
“Hij ging weg toen ik een jaar of twee, drie was,” vertelt Jayden. “We hebben nog wel contact, maar niet vaak.”
Opvallen zonder dat je het wilt
Het gemis van een vaderfiguur was er, maar werd volgens Jayden vooral zichtbaar in kleine momenten. “Je ziet andere kinderen met hun vader en moeder samen. Dat heb ik nooit echt gehad,” zegt hij. Toch benadrukt hij dat hij het heeft geaccepteerd. “Ik heb het nooit anders gekend, dus het is wat het is.”
Op de basisschool in Doornenburg voelde Jayden zich vooral ‘gewoon één van de rest’. Racisme speelde daar nauwelijks een rol. “Iedereen kende elkaar. Het maakte niet uit hoe je eruitzag,” legt hij uit.
Dat veranderde toen hij naar de middelbare school ging, buiten het dorp. Daar werd hij zich bewuster van zijn uiterlijk en achtergrond. “Ik was vaak de enige met een donkere huidskleur in de klas. Dan val je gewoon sneller op.”
Volgens Jayden zat het niet alleen in directe opmerkingen, maar ook in hoe mensen naar hem keken of hem behandelden. “Je wordt er sneller uitgepikt, ook als je niks doet.”
Racisme op het voetbalveld
Een plek waar hij het duidelijk merkte, was op het voetbalveld. Tijdens wedstrijden kreeg hij regelmatig racistische opmerkingen naar zijn hoofd. “Dan word je gewoon uitgescholden,” zegt hij nuchter. Woorden als ‘kanker neger’ of ‘aap’ zijn nog mild. “Zulke woorden blijven wel hangen, ook al probeer je het te negeren.”
Toch laat hij zich er niet door definiëren. “De positieve energie van je team en je vrienden is uiteindelijk sterker dan die ene negatieve opmerking.”
Die mindset hielp hem om ermee om te gaan. Samen met zijn beste vriend, die ook een migratieachtergrond heeft, vond hij steun. “Je begrijpt elkaar zonder dat je veel hoeft uit te leggen.”
Botsing met een docent
Op school liep de spanning soms hoger op. Jayden herinnert zich een docent die hem structureel strenger behandelde dan anderen. “Ik hoefde maar iets kleins te doen en ik werd er al uitgestuurd,” vertelt hij. “Terwijl anderen hetzelfde deden.”
De frustratie stapelde zich op, tot het uiteindelijk escaleerde. “Op een gegeven moment was ik er klaar mee en heb ik haar ermee geconfronteerd. Gewoon gevraagd: waarom ik?” Na dat moment veranderde de situatie. Hij kreeg een andere docent en merkte direct verschil. Opvallend genoeg kreeg hij steun van zijn klasgenoten. “Zij zagen het ook en namen het voor me op.”
De kracht van een hecht dorp
Het contrast met Doornenburg blijft voor Jayden groot. In het dorp voelt hij zich thuis en geaccepteerd. “In een dorp kent iedereen je. Ze weten wie je bent en waar je vandaan komt. Dan ben je niet ‘anders’,” zegt hij.
Volgens hem zit daar precies het verschil met grotere, minder hechte omgevingen. “Buiten het dorp kennen mensen je niet. Dan zien ze eerst je uiterlijk en pas daarna wie je bent.” Dat maakt Doornenburg voor hem een soort veilige basis. “Het is niet perfect, maar het voelt wel zo.”
“Ook denk ik dat ik een ‘voordeel heb’ want mijn familie zijn ook échte Doornenburgers. Dus ja, er wordt over je gepraat dat je die ene jongen bent van wiens vader in het AZC zat. Maar als je zelf normaal blijft doen is dat totaal geen probleem.”
Leven in je eigen bubbel
Nu hij ouder is, gaat Jayden anders om met negatieve ervaringen. Hij richt zich vooral op zijn eigen leven: school, werk en vrienden. “Als ik uitga of met vrienden ben, zit ik in mijn eigen bubbel,” zegt hij. “Dan ben ik gewoon mezelf en denk ik daar niet te veel over na.”
Die houding heeft hij bewust ontwikkeld. Waar hij vroeger misschien langer bleef hangen in negatieve opmerkingen, kiest hij er nu voor om die minder gewicht te geven.
“Focus op het positieve”
Aan andere jongeren met een migratieachtergrond wil Jayden vooral één boodschap meegeven: laat je niet tegenhouden door wat anderen zeggen.
“Je krijgt misschien één nare opmerking, maar daar moet je niet in blijven hangen,” zegt hij. “Je kunt beter kijken naar de positieve dingen en daar je energie uithalen.”
Volgens hem is dat de enige manier om vooruit te blijven gaan. “Je kunt je druk maken om iets wat je niet kunt veranderen, maar daar word je niet gelukkiger van.”
Tussen twee werelden
Het verhaal van Jayden laat zien hoe het is om op te groeien tussen twee werelden: de vertrouwde omgeving van een dorp en de bredere samenleving daarbuiten. Waar Doornenburg voelt als een plek van acceptatie en herkenning, bracht de buitenwereld nieuwe uitdagingen met zich mee. Toch heeft hij geleerd om met beide om te gaan.
“Ik ben gewoon wie ik ben,” zegt hij. “En dat is uiteindelijk het belangrijkste.”