Neem een kijkje in Arnhem

Geschiedenis, cultuur en natuur
Arnhem, de hoofdstad van Gelderland, is een uitnodigende plek voor jong en oud. De stad staat vooral bekend om zijn rol in de Tweede Wereldoorlog, tijdens Operatie Market Garden, ook wel de slag om Arnhem genoemd. En heeft daarbij een rijke geschiedenis. De stad kent veel historische plekken, zoals de Eusebiuskerk en het Duivelshuis.
Op cultureel gebied staat Arnhem bekend om haar creatieve geest en modecultuur, dit mede dankzij de ArtEZ kunstacademie. Maar ook stimuleert de stad innovatie en een groene leefwijze. En als dat je allemaal niet zo bevalt, ben je misschien meer geïnteresseerd in de natuur gebieden van Arnhem. Je kan verschillende mooie plekjes bezoeken zoals het Sonsbeekpark of de Hoge Veluwe die zich net buiten de stad bevindt.

Est in Arnheym ecclesia
De Eusebiuskerk, gebouwd voor Sint-Maarten, ontwikkelde zich stapje voor stapje tot een kleine romaanse basiliek. De eerste officiële tekst over de kerk is uit 893, met de tekst, Est in Arnheym ecclesia (Er is een kerk in Arnhem.). De geschiedenis van de Eusebiuskerk telt dus al twaalf eeuwen.
De oude kerk, gebouwd in de negende eeuw staat er helaas nu niet meer, want in de veertiende eeuw wordt deze vervangen voor een nieuwe kerk. Het bezoek aan de kerk loopt flink terug, door de concurrentie van andere kerken in de stad. Om het bezoek van de kerk weer een beetje op te hogen, komt er relieschatt: de tong en schedel van Eusebius, die voorheen zich in de abdij van Prüm bevonden. Hier komt dus ook de naam Eusebiuskerk vandaan.
Een leuk feitje over de geschiedenis van de Eusebiuskerk is dat Karel van Gelre de Annakapel aan Arnhem heeft geschonken. De Arnhemmers waren hem zo dankbaar dat in hij een prachtig groot graf in de Eusebiuskerk heeft gekregen. Rond het graf van de graaf waken zes leeuwen die zijn voorouders voorstellen, ook wel kwartierwapens genoemd. Het gaat hier om Gelre, Kleef, Arckel, Bourbon, Bourgondië, Berry en Beieren.
Na een lange rustige geschiedenis van de Eusebiuskerk, krijgt de kerk het tijdens de Tweede Wereldoorlog het toch zwaar te voortduren. De Eusebiuskerk stond namelijk tijdens de Slag om Arnhem midden in de vuurlinie. De kerk werd op de nacht van 19 op 20 september beschoten en brandde vrijwel volledig uit. Om het nog erger te maken scheurde een helft van de toren los en stortte op het schip van de kerk, toen in 1945 de Rijnburg werd opgeblazen. Na de oorlog is de Eusebius tussen 1946 en 1964 volledig gerestaureerd, maar het is natuurlijk wel begrijpelijk dat het grotendeels opnieuw gebouwd is.

‘Blaken en branden is het sieraad van de oorlog.’
Maarten van Rossum kreeg eigendom over dit stadskasteel na de dood van Karel de Gelre. Het is een van de oudste gebouwen van de Rijnstad en bevindt zich achter de Eusebiuskerk.
Maarten van Rossum werd omstreeks 1524 tot veldmaarschalk benoemd. Drie jaar later veroverde hij Utrecht en trok hij plunderend richting Den Haag. `Blaken en branden is het sieraad van de oorlog. ` schijnt Maarten steeds geroepen te hebben. Afschrikken was dan misschien ook wel het belangrijkste onderdeel van zijn strijdmethode. Den Haag moest toen des tijds ook een groot geldbedrag betalen om erger te voorkomen.
Nadat dit bedrag betaald was gijzelde hij grote aantallen burgers van Den Haag en nam hen mee naar Utrecht en Arnhem, hier hield hij hen gegijzeld tot hun families een grote som losgeld hadden betaald. De boodschap van Maarten van Rossum was duidelijk: er valt niet met mij te spotten. Wat gebeurde er met het losgeld? Dat werd goed geïnvesteerd in zijn huis. Door middel van het versieren van de gevel met saterfiguren. De symbolen, die staan voor wellust, werden door de bevolking opgevat als iets duivels. Zo kreeg het huis dus ook zijn naam: het Duivelshuis. Een naam die goed past bij Maarten van Rossum zijn karakter en strijdmethode.
Maar de voorgeschiedenis van het Duivelshuis is dus totaal het tegenovergestelde van wat Maarten van Rossum er mee gedaan heeft. Voor het Duivelshuis stond daar namelijk de stadsboerderij van Johan Mynschart. Johan Mynschart was tussen 1444 en 1463 de burgemeester van Arnhem. De boerderij werd in 1518 eigendom van Karel van Gelre.
Op de dag van vandaag is het huis nog steeds in gebruik, namelijk in 1828 werd het huis door de Arnhemse gemeentebestuur gekocht, ter vervanging van het vervallen stadhuis dat zich vestigde op de Markt. Na de Tweede Wereldoorlog werd er een nieuw stadhuis gebouwd en deze werd verbonden met het Duivelshuis. Op de begane grond bevindt zich nu de schepenzaal en op de eerste verdieping richtte men het kantoor van de burgemeester in, die vandaag nog steeds in gebruik is.

Als je dan al deze dingen aan het bezoeken bent in Arnhem wil je tussendoor natuurlijk ook wat eten, wij zetten voor jou de beste plekken op een rijtje, kijk maar toe!
“Het groene hart van Arnhem.”
Het Sonsbeekpark is al jaren een geliefde plek voor wandelaars, sporters en vooral gezinnen. Met zijn eeuwenoude beukenbossen, heuvels, vijvers, fonteinen en twee watervallen is het één van de meest bijzondere parken van Nederland.
In 1821 kocht Baron Van Heeckeren het gebied en liet hij het ombouwen tot een park in de Engelselandschapstijl, met paden die slingerde, vijvers en uitzichtpunten, maar in 1899 kocht de gemeente Arnhem het landgoed, waardoor het park voor iedereen toegankelijk werd.
Het Sonsbeekpark is vernoemd naar Anna van Sonsbeek, dat was een belangrijke vrouw in de samenleving van Arnhem in de 17de eeuw. Haar vader Fransiscus kwam uit een Duits dorpje dat genaamd Sonsbeck. Op de Lutherse kerk staat nog altijd het stadswapen van het Duitse dorpje, dat is een zon boven een beekje.
De heuvels van Sonsbeekpark zijn duizenden jaren geleden ontstaan tijdens de ijstijd. De gletsjers duwden zand en stenen omhoog, waardoor er heuvels ontstonden, daarom is Sonsbeek anders dan andere stadsparken.
Er stroomt ook een beek door het park genaamd de Sint Jansbeek, Arnhem moet heel blij zijn dat de beek bestaat, want daardoor is Arnhem ontstaan. In de middeleeuwen stonden langs de beek veel watermolens, die werden gebruikt voor het maken van graan, maken van papier en andere ambachten. De witte watermolen is tegenwoordig de enige die nog werkt.
Sinds 1949 is het park bekend vanwege de internationale kunsttentoonstelling Sonsbeek.

Van watermolen tot museum: de geschiedenis van een Arnhems monument
In het Sonsbeekpark ligt een bijzonder gebouw met een geschiedenis van zeshonderd jaar. In 1404 werd het gebouw gebouwd als de St.Agenieten-begijnenwatermolen door de eeuwen heen werd het gebouw gebruikt voor korenmolen, viskwekerijen en een restaurant.
In 1998 ontstond het idee voor een voorlichtingscentrum over water. Dijkgraaf Henk Van Brink wilde een plek creëren waar vooral jongeren en inwoners van Arnhem meer konden leren over het belang van water. In 1999 werd Piet Van De Poll betrokken bij het project en in 2000 werd de stichting Nederlands Watermuseum opgericht.
Tijdens de voorbereidingen verhuisde Piet Van De Poll naar de rentmeesterwoning als kraakwacht. Het projectplan werd verder uitgewerkt en goedgekeurd er werd besloten het museum deels ondergronds te bouwen om ruimte te creëren en het monumentale pand te behouden.
De bouw was nogal een operatie. De historische molen werd afgebroken en opnieuw gebouwd, terwijl onder het gebouw al een nieuwe verdieping werd gerealiseerd. Daarbij werd er extra rekening gehouden met de waterhuishouding van Sonsbeek en de bezwaren van de omwonenden. Na de inrichting opende het Nederlands Watermuseum zijn deuren als educatief museum over water
